Borg klasse 3

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Borg klasse 3 (of VRKI klasse 3) beveiliging staat voor beveiligingsmaatregelen in verhouding met het risico van diefstal en of inbraak.

De VRKI (Vernieuwde risico klasse indeling) bepaald de hoogte van de borg klasse. In hoofdzaak wordt het bepaald door:

1. Aard van het pand 
2. Waarde van de attractieve zaken 
3. Goederen voor eigen gebruik, voor winkel showroom of goederen in opslag

Advies nodig?

Neem contact op met onze specialisten voor persoonlijk en vrijblijvend advies.

team2

Eisen voor een Borg Klasse 3 Certificaat

Onderstaand vindt u de minimale eisen welke behoren bij een borg certificaat klasse 2(vrki klasse 2).

Deze eisen bestaan uit een serie maatregelen 

O2 Maatregelen 
BK1 tot 4 Bouwkundige maatregelen (Sloten en andere bereikbare elementen)
EL3 Elektronische maatregelen (Alarminstallatie)
RE3 Alarmopvolging (meldkamer, surveillant)
CO3 of 4 Meeneem beperkende maatregelen bv kluis of mistgenerator 

Hieronder vindt u alle maatregelen uitgelegd

O2 maatregelen (organisatorische maatregelen

Inbraakpreventie is niet alleen een kwestie van het nemen van bouwkundige en elektronische maatregelen.
Om tot een sluitend geheel te komen zal de eigenaar of gebruiker van een beveiligde woning of gebouw
moeten zorgen dat er de nodige organisatorische maatregelen worden getroffen. Het heeft dus vooral te
maken met (preventief) gedrag.

O2 maatregelen zijn maatwerk preventieve maatregelen. Deze preventie maatregelen worden op maat aangeleverd door de beveiligingsinstallateur. De maatregelen zijn gratis toegevoegd aan het beveiligingsplan. 

De maatregelen dienen te worden opgevolgd door de verantwoordelijke personen binnen de organisatie.

BK1 tot 4 Maatregelen (bouwkundige maatregelen)

BK-maatregelen zijn bouwkundige maatregelen die bijdragen aan de inbraakwerendheid van de buitenschil
of compartimenten van een gebouw. Dit betreft de maatregelen die betrekking hebben op de beveiliging
van ramen en deuren (gevelelementen), zoals complete inbraakwerende gevelelementen, inbraakwerend
hang- en sluitwerk en rolluiken en rolhekken. Daarnaast zijn de muren, het dak en de vloer/kruipruimte van
een gebouw bepalend voor het niveau van de bouwkundige weerstandsklasse

Uitgangspunt bedrijven:
De beveiligingsfilosofie voor bedrijven is gericht op signaleren en compartimenteren. Niveau BK3 en
BK4 maatregelen voor bedrijven in klasse 3 en 4 zijn primair bedoeld voor de gevels waarachter zich
direct attractieve goederen H of ZH bevinden, die niet beveiligd zijn met CO en/of ME maatregelen.

Vanaf risicoklasse 3 kan tevens ramkraakbeveiliging van toepassing zijn.

In de tabellen met combinaties van beveiligingsmaatregelen voor woningen en bedrijven in VRKI 2.0 deel A
worden de niveaus van bouwkundige maatregelen aangeduid met de letter BK en een cijfer. Dit cijfer heeft
betrekking op de zwaarte van het niveau van de BK-maatregelen.
Er zijn vier niveaus aan BK-maatregelen:

• BK2: Bouwkundige maatregelen met prestatie-eis van 3 minuten inbraakwerendheid

In de praktijk houdt dit in SKG 3 sterren hang en sluitwerk (slot en scharnier). De deuren en ramen dienen van degelijk materiaal te zijn voorzien.

De hoogte van bouwkundig beveiligen is mede afhankelijk van de ME / CO maatregelen. Vaak is bouwkundig niet haalbaar of staan de kosten niet in verhouding met de beveiliging. In zo'n situatie kan er worden gekozen worden voor bv een compartiment / kluis of een mistgenerator.

Sebastiaan Scholte

EL3 Maatregelen (Elektronische maatregelen)

Ruimte detectie:
• In alle bereikbare ruimten met vaste en/of gesloten gevelopeningen; en
• Op plaatsen waar zich attractieve goederen bevinden; en
• Op strategische plaatsen in het pand voor vroegtijdige detectie; en
• Voordat de CCS* en de daartoe behorende delen (input/output) kunnen worden bereikt; en
• Voordat de alarmoverdrager en de bij het alarmtransmissiepad behorende delen kunnen worden bereikt;
en
• Ter plaatse van de bediendelen; en
• In ruimten met een waardeberging (Alle aanvalszijden moeten zijn voorzien van detectie); en
• In ruimten waar meeneem beperkende maatregelen zijn toegepast; en
• In een compartiment als de kans op insluiting bestaat.
* Bij bedrijven – (en woningen met uitzondering van risicoklasse 1) – moet de CCS en de alarmoverdrager, altijd worden geplaatst in een met sleutel afsluitbare kast (meterkast o.i.d.) waarbij de desbetreffende deur dient te worden voorzien van NIET VERTRAAGDE openstand detectie.

Openstand detectie:
• Op de entreedeuren** van het pand; en
• Op de nooduitgangen*** van het pand; en
• Op de bereikbare ramen en deuren in de buitenschil van het pand, mits niet mechanisch beschermd; en
• Op rolluiken, rolhekken en schaarhekken met een beveiligingsfunctie; en
• Op de deur(en) van compartimenten; en
• Op de deur waar achter de CCS is opgesteld (niet vertraagde openstand detectie); en
• Op de deur(en) waar achter de alarmoverdrager en de daartoe behorende delen zijn opgesteld.

** Met entreedeur(en) wordt (worden) alleen de deur(en) bedoeld waar de bedieningspanelen is (zijn) aangebracht dat (die) wordt (worden) gebruikt om het pand te betreden of te verlaten. Deze indicatie geeft de in- en uitlooptijd aan. VRKI 2.0 – deel B versie 2021 pagina 34/50
*** Met nooduitgangen worden de nooduitgangen bedoeld die door middel van een vluchtwegaanduiding als zodanig herkenbaar zijn. Voor overige deuren wordt geadviseerd om deze aan de buitenzijde te voorzien van blind bouwbeslag om bedieningsfouten te voorkomen.

Seismische detectie:
• Als een inbraakwerende kast tegen een buitenmuur staat opgesteld.
Schildetectie:

SD2 is verplicht:

• Bij bedrijven en optioneel voor woningen bij maatwerk; en
• Indien compartimentering en/of meeneembeperkende maatregelen niet zijn uitgevoerd; en
• Als een compartiment direct achter de schil is gesitueerd of deel uitmaakt van de buitenschil

Start uw vrijblijvende aanvraag

RE3 Maatregelen (Alarmopvolging)

Reactie alarmopvolging: procedure als bij RE2 met de aanvulling dat voor de alarmopvolging een
contract moet zijn gesloten met een door het Ministerie van Justitie en Veiligheid toegelaten
particuliere beveiligingsorganisatie (geregistreerd middels ND nummer), die onder meer als
sleutelhouder kan fungeren.

• Sleutelhouder(s) moeten bij de PAC geregistreerd blijven voor terugkoppeling bij calamiteiten.
• Uitgangspunt is alarmopvolging binnen maximaal 15 minuten.

• Bij RE3 kan ook worden gekozen voor RE2 + technische alarmverificatie waarmee in plaats van
alarmopvolging door een particuliere beveiligingsorganisatie alarmopvolging door een sleutelhouder
samen met prioriteit 1 door de politie kan worden bereikt

Vragen over onze oplossingen?

of bel ons op: 088 1120 444.