Borg klasse 2

Share on facebook
Share on twitter
Share on linkedin
Share on email

Borg klasse 2 (of VRKI klasse 2) beveiliging staat voor beveiligingsmaatregelen in verhouding met het risico van diefstal en of inbraak.

De VRKI (Vernieuwde risico klasse indeling) bepaald de hoogte van de borg klasse. In hoofdzaak wordt het bepaald door:

1. Aard van het pand 
2. Waarde van de attractieve zaken 
3. Goederen voor eigen gebruik, voor winkel showroom of goederen in opslag

Advies nodig?

Neem contact op met onze specialisten voor persoonlijk en vrijblijvend advies.

team2

Eisen voor een Borg Klasse 2 Certificaat

Onderstaand vindt u de minimale eisen welke behoren bij een borg certificaat klasse 2(vrki klasse 2).

Deze eisen bestaan uit een serie maatregelen 

O Maatregelen 
BK2 Bouwkundige maatregelen (Sloten en andere bereikbare elementen)
EL2 Elektronische maatregelen (Alarminstallatie)
RE2 Alarmopvolging (meldkamer, surveillant)

Hieronder vindt u alle maatregelen uitgelegd

O maatregelen (organisatorische maatregelen

Inbraakpreventie is niet alleen een kwestie van het nemen van bouwkundige en elektronische maatregelen.
Om tot een sluitend geheel te komen zal de eigenaar of gebruiker van een beveiligde woning of gebouw
moeten zorgen dat er de nodige organisatorische maatregelen worden getroffen. Het heeft dus vooral te
maken met (preventief) gedrag.
Hierbij ligt het voor de hand dat de technische preventieve voorzieningen op de juiste manier gebruikt
moeten worden om deze het gewenste effect te laten sorteren. Daarnaast zal – om te zorgen dat dit ook in
de toekomst het geval zal zijn – het onderhoud daarvan geregeld moet worden. En ten slotte zijn er tal van
organisatorische maatregelen die het de inbreker moeilijk maken of die hem soms al van tevoren doen
besluiten af te zien om van een poging tot inbraak of diefstal.
Het totale pakket aan organisatorische maatregelen zal van geval tot geval verschillen; het is sterk
afhankelijk van de situatie. Die verschillen kunnen veroorzaakt worden door bouwaard van het te beveiligen
object, ligging, al of niet aanwezig zijn van aantrekkelijke attractieve goederen, woon- en werkpatronen,
soort beveiliging, eisen verzekeraar, etc. Er zijn voldoende publicaties voorhanden die aandacht besteden
aan de volgende standaard onderwerpen. De op het risico-object afgestemde organisatorische maatregelen
behoren bij oplevering van een alarminstallatie of het beveiligingssysteem op schrift te worden gesteld en
aan de gebruiker te worden overhandigd.

BK2 Maatregelen (bouwkundige maatregelen)

BK-maatregelen zijn bouwkundige maatregelen die bijdragen aan de inbraakwerendheid van de buitenschil
of compartimenten van een gebouw. Dit betreft de maatregelen die betrekking hebben op de beveiliging
van ramen en deuren (gevelelementen), zoals complete inbraakwerende gevelelementen, inbraakwerend
hang- en sluitwerk en rolluiken en rolhekken. Daarnaast zijn de muren, het dak en de vloer/kruipruimte van
een gebouw bepalend voor het niveau van de bouwkundige weerstandsklasse

Uitgangspunt bedrijven:
De beveiligingsfilosofie voor bedrijven is gericht op signaleren en compartimenteren. Niveau BK3 en
BK4 maatregelen voor bedrijven in klasse 3 en 4 zijn primair bedoeld voor de gevels waarachter zich
direct attractieve goederen H of ZH bevinden, die niet beveiligd zijn met CO en/of ME maatregelen.

Vanaf risicoklasse 3 kan tevens ramkraakbeveiliging van toepassing zijn.

In de tabellen met combinaties van beveiligingsmaatregelen voor woningen en bedrijven in VRKI 2.0 deel A
worden de niveaus van bouwkundige maatregelen aangeduid met de letter BK en een cijfer. Dit cijfer heeft
betrekking op de zwaarte van het niveau van de BK-maatregelen.
Er zijn vier niveaus aan BK-maatregelen:

• BK2: Bouwkundige maatregelen met prestatie-eis van 3 minuten inbraakwerendheid

In de praktijk houdt dit in SKG 3 sterren hang en sluitwerk (slot en scharnier). De deuren en ramen dienen van degelijk materiaal te zijn voorzien.

EL2 Maatregelen (Elektronische maatregelen)

Ruimte detectie volgens EL2 maatregelen:
• In alle bereikbare ruimten met vaste en/of gesloten gevelopeningen; en
• Op plaatsen waar zich attractieve goederen bevinden; en
• Op strategische plaatsen in het pand voor vroegtijdige detectie; en
• Voordat de CCS* en de daartoe behorende delen (input/output) kunnen worden bereikt; en
• Voordat de alarmoverdrager en de bij het alarmtransmissiepad behorende delen kunnen worden bereikt;
en
• Ter plaatse van de bediendelen; en
• In ruimten met een waardeberging (Alle aanvalszijden moeten zijn voorzien van detectie); en
VRKI 2.0 – deel B versie 2021 pagina 33/50
• In ruimten waar meeneem beperkende maatregelen zijn toegepast; en
• In een compartiment als de kans op insluiting bestaat.

Openstand detectie:
• Op de entreedeuren** van het pand; en
• Op de nooduitgangen*** van het pand; en
• Op rolluiken, rolhekken en schaarhekken met een beveiligingsfunctie; en
• Op de deur(en) van compartimenten; en
• Op de deur(en) waar achter de CCS is opgesteld (niet vertraagde openstand detectie); en
• Op de deur(en) waar achter de alarmoverdrager en de daartoe behorende delen zijn opgesteld.

** Met entreedeur(en) wordt (worden) alleen de deur(en) bedoeld waar de bedieningspanelen is (zijn) aangebracht dat (die)
wordt (worden) gebruikt om het pand te betreden of te verlaten. Deze indicatie geeft de in- en uitlooptijd aan.
*** Met nooduitgangen worden de nooduitgangen bedoeld die door middel van een vluchtwegaanduiding als zodanig herkenbaar zijn. Voor overige deuren wordt geadviseerd om deze aan de buitenzijde te voorzien van blind bouwbeslag om bedieningsfouten te voorkomen.

Start uw vrijblijvende aanvraag

RE2 Maatregelen (Alarmopvolging)

• Reactie alarmopvolging: alarmopvolging door sleutelhouder(s) die door de PAC worden gebeld.
Bij de PAC (meldkamer) moeten minimaal 3 sleutelhouders zijn opgegeven.
• Bij een alarmmelding waarbij alarmverificatie met technische middelen ontbreekt of leidt tot een
negatieve verificatie, wordt alleen de sleutelhouder gebeld.
• Sleutelhouders moeten bereikbaar zijn en in staat zijn om te verifiëren of het geen vals alarm betreft.
• Uitgangspunt is alarmopvolging binnen maximaal 15 minuten.
• De sleutelhouder moet, bij mogelijk vermoeden dat het inbraakalarm door een criminele handeling ter
plaatse is veroorzaakt, de PAC daarvan op de hoogte stellen en/of 112 te bellen.

Vragen over onze oplossingen?

of bel ons op: 088 1120 444.